Op 14 februari jl. hebben we Fred moeten laten gaan. Hij had te veel complicaties en pijn. Hij ging met de minuut achteruit. Hij is op dat moment met zijn laatste krachten naar ons toe gekomen, in plaats van zich te verstoppen. Hij was bij ons, zoals hij de afgelopen acht jaar altijd en overal bij ons was. Hij maakte duidelijk dat het klaar en goed was. We hebben ons toen over hem ontfermd, zoals we ons de afgelopen acht jaar over hem hebben ontfermd.
We hebben Fred geadopteerd uit een thuissituatie in Amsterdam. Fred, zijn persoonlijkheid en voorkeuren matchten exact met wat wij hem konden geven. En het werkte al zo snel zo goed. Fred werd ons thuis en deel van ons als gezin.
Waar wij waren, daar was Fred ook. Douchen? Fred stoomde zijn vacht mee in de badkamer. Avondeten? Fred at mee uit zijn bakje. TV kijken? Fred zat erbij op de bank. Thuiskomen? Fred was ons tijdbewust aan het opwachten, zélfs bij onregelmatige werktijden. Opstaan? Fred begeleide ons de ochtend door. Ziekjes of verdrietig? Fred kwam je troosten. En ga zo maar door.
In tijden van corona en quarantaine woonden wij nog in een relatief klein appartement. Fred maakte deze tijd dragelijk en vaak zelfs ook heel erg mooi en fijn. We verhuisden en Fred had een tuin en een trap tot zijn beschikking. Dat vond hij geweldig.
Fred, we hebben ongelooflijk veel van je genoten. De liefde die we je hebben kunnen geven, kregen we in veelvoud van je terug. Ik mis je aanwezigheid, geluidjes, gespin, geknuffel, geknor, kopstootjes, geklooi, nachtelijke serenades en ritueeltjes. Ik mis mijn beste vriend. Ik kijk met heel veel blijheid terug op de mooie tijd die je ons hebt gegeven.
Ik geloof niet in een hiernamaals waar we elkaar weer zullen treffen. Maar ik heb nog nooit zo vurig gehoopt dat ik het helemaal mis heb.




Geef een reactie